De geschiedenis van de tempeliers, feiten en fictie

tempeliers
Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on pinterest
Share on linkedin
Share on email

Eén van de mooiste boeken over de tempeliers is van Dan Jones. Hij informeert je op meeslepende wijze over de geschiedenis van deze militaire orde. Een aanrader voor iedereen die op zoek is naar feiten.

De tempeliers
De tempeliers van Dan Jones

Dit artikel gaat over de geschiedenis van de tempeliers en de mysteries die rond deze orde zijn ontstaan. Het eerste deel gaat over de algemeen geaccepteerde geschiedenis en in het tweede deel komen de mysteries aan de orde. Meestal ontstaan de mysteries door een alternatieve interpretatie van de geschiedenis. 

De feiten op een rijtje

De tempeliers zijn in 1120 opgericht in Jeruzalem

Het koninkrijk Jeruzalem werd in 1099 gesticht door Godfried van Bouillon. Dit was het resultaat van een bloedige kruistocht, waarbij de meeste Islamieten en Joden, die Jeruzalem bevolkten, werden uitgemoord. Godfried wilde geen koning genoemd worden en wierp zich op als de Beschermer van het Heilige Graf. Na zijn overlijden werd zijn broer Boudewijn I de eerste koning van Jeruzalem.

Boudewijn I
Kroning Boudewijn I, illustratie uit een 13e-eeuwse tekst.

Koning Boudewijn I breidde het koninkrijk uit met de havensteden Akko, Sidon en Beiroet en verwierf onder andere de heerschappij over het graafschap Edessa, dat zich in het huidige grensgebied tussen Turkije en Syrie bevond. Na zijn dood ontstond een kort machtsvacuüm, dat gekenmerkt werd door oplaaiende vijandigheden. Honderden pelgrims werden vermoord door de Saracenen (alle tegenstanders van de Christenen).
Boudewijn I werd in 1119 opgevolgd door zijn neef Boudewijn II, graaf van Edessa. Er was een enorme behoefte aan manschappen om de orde in het Heilige Land te handhaven. 

Uit deze behoefte ontstond het idee om een onafhankelijk leger op te richten met als belangrijkste doel om het Heilige Land en de pelgrims te beschermen.

Als je geïnteresseerd bent in boeken over deze periode, dan is De Bekeerlinge van Stefan Hermans een absolute aanrader. 

In een klein dorp in de Provence wordt sinds mensenheugenis over een pogrom en een verborgen schat gesproken. Eind negentiende eeuw vindt men in een synagoge in Caïro een hoeveelheid opzienbarende joodse documenten. Stefan Hertmans ontdekt de sporen van een voorname christelijke jonkvrouw uit de elfde eeuw, die haar leven vergooide uit liefde voor een joodse jongen.

Koop bij bol.com

De eerste grootmeester van de tempeliers was Hugo van Payns of Hugues de Payns 

Boudewijn II in gesprek met Hugo de Payns en Godfried van St-Omer
Boudewijn II in gesprek met Hugo de Payns en Godfried van St-Omer

Hugues de Payns was een kruisridder die samen met Godfried van Bouillon had gevochten. Aanvankelijk wilde hij in dienst van het leger van koning Boudewijn treden, maar samen met Godfried van St Omer en een aantal andere ridders ontstond het idee om een eigen orde op te richten. 

Die orde zou tot doel hebben om fondsen en manschappen te werven voor het voeren van heilige oorlogen.

Arme Ridders van Christus

Het ideaal was een leger van monniken. Mannen die de gelofte van kuisheid en armoede aflegden. Mannen, die geen andere gewin hadden dan een plaats in het paradijs. Mannen, die hun leven wilden geven in een heilige oorlog. Ze zouden de naam Arme Ridders van Christus dragen.

Boudewijn II was blij met iedere hulp die hij kon krijgen. De orde werd gehuisvest op de tempelberg in één van de paleizen van Boudewijn II en de Arme Ridders van Christus werden al snel de tempeliers genoemd. De ridders waren arm en leefden van liefdadigheid.

Fondswerving

In 1126/1127 reist Hugues de Payns met een delegatie tempeliers naar Frankrijk om steun te zoeken voor de nieuwe orde. Zijn doel was om fondsen te werven, maar meer nog was er een behoefte aan mannen, die wilden toetreden tot de orde. Het liefste mannen van adel, die getraind waren om te vechten en de spirituele waarden van de orde wilden onderschrijven. 

Daarvoor was in de eerste plaats nodig dat de orde erkend zou worden door de paus. Het toetreden tot de orde zou dan vergelijkbaar zijn met het toetreden tot een kloosterorde, waarbij geld en landgoederen aan de orde toekwamen.

Bernard de Clairvaux was de geestelijke beschermheer van de tempeliers

Bernard de Clairvaux
Bernard de Clairvaux

Koning Boudewijn II had de geestelijke Bernard de Clairvaux een brief geschreven waarin hij Payns en zijn orde introduceerde. De idealistische en invloedrijke abt was onder de indruk van de denkbeelden van de tempeliers. De combinatie van de geestelijke richtlijnen in combinatie met het ridderschap was nieuw en sloot perfect aan bij de denkbeelden van Bernard de Clairvaux.

Het leven in een kloosterorde moest volgens deze Bernard een leven van werken en toewijding zijn. Het leven in de orde van de tempeliers zou de geloofstoewijding combineren met het vechten voor een heilig doel.

Clairvaux had in het gelijknamige Clairvaux een cisterciënzer klooster gesticht, waarin de in het wit geklede monniken een streng en eenvoudig leven leidden. Een dergelijk beeld zag hij ook voor de tempeliers weggelegd.  

Steun voor de tempeliers

Bernard begreep als geen ander hoe het was om geroepen te worden. Hij kende de behoefte van mensen die op zoek waren naar Goddelijke inspiratie. Hij wist precies hoe hij rijken en machtigen kon bewerken om hen geld en goederen te laten schenken aan goede doelen. 

De geïnspireerde Bernard de Clairvaux en welbespraakte Hugue de Payns vormden een geweldige combinatie. Er werden fondsen geworven en veel mannen zochten aansluiting bij de orde. Stukken land in Vlaanderen en de Champagne werden aan de tempeliers gegeven. 

Het geld stroomde binnen, niet alleen uit Frankrijk en Vlaanderen, maar ook de Engelse en Schotse koningen schonken geld. Er werden meer mensen dan ooit overtuigd om het zwaard op te pakken en te vechten in het Heilige Land.

Concilie van Troyes

Paus Honerius II erkent de orde van deTempeliers
Paus Honerius II erkent de orde van deTempeliers

Op 13 januari 1129 werd er een concilie georganiseerd in Troyes, een plaats in de Champagne in Frankrijk. De paus, Honerius II, werd vertegenwoordigd door de bisschop van Albano. Naast een groot aantal andere bisschoppen waren er ook edellieden uit Bourgondië en de Champagne aanwezig. 

Hier werd de grondregel van de orde van de tempeliers vastgesteld. 

Grotendeels gebaseerd op de grondregel van de Cisterciënzers had Bernardus van Clairvaux de richtlijnen voor de nieuwe orde nauwkeurig verwoord. Centraal stonden armoede, kuisheid en devotie.

Met de acceptatie van deze grondregel werd de orde van de tempeliers officieel erkend door de paus.

De tempeliers
De tempeliers van Dan Jones

De tempeliers beschouwden zich als een geestelijke orde van vechters (riddermonniken)

Officieel hoefden de tempeliers nu alleen nog maar verantwoording af te leggen aan de paus. Het waren fanatieke mannen. In het gevecht gaven ze nooit op. Ze kenden geen genade en vochten tot de dood. Het geloof was hun motivatie, het paradijs was immers de beloning.

Bernardus had in zijn grondregel duidelijk onderscheid gemaakt tussen moord en het bestrijden van het kwaad. Het doden in de naam van God wordt beloond, maar het doden van een christen wordt gezien als moord en bestraft met de dood.

Verovering van Jeruzalem

Veroveren en heroveren

De taak van de tempeliers was, in de eerste 150 jaar van het bestaan van de orde, niet zozeer het beschermen van individuele pelgrims op weg naar het Heilige Land, maar het veilig stellen van het Heilige Land zelf door het veroveren en heroveren van gebieden, die door de islamieten werden bedreigd. Dit ging niet altijd goed.

De tegenhanger van de strijd van de tempeliers werd de Jihad, de strijd tegen de Christenen. Het eerste gezicht van de Jihad was de Islamitische generaal Saladin (1137-1193), die minstens net zo gedreven werd door een godsdienstig fanatisme als de tempeliers.

Gerard Ridefort en het verlies van Jeruzalem

Over grootmeester Gerard Ridefort (grootmeester van 1184 tot 1189) wordt verteld dat hij dapper, maar roekeloos, was. Onder zijn leiding leden de tempeliers grote verliezen. In 1187 waren Jeruzalem en het Heilige land heroverd op de Europeanen.

Daarna zouden nog diverse kruistochten volgen, maar tot een herovering van Jeruzalem zou het niet meer komen. Wel wist keizer Frederik II tussen 1229 en 1244 via onderhandelingen het koninkrijk Jeruzalem te verwerven. De tempeliers speelden hier echter geen rol in, sterker nog, ze waren niet eens betrokken bij de onderhandelingen. 

Val van Akko 1291 (Dominique Papety - Versailles)
Val van Akko 1291 (Dominique Papety - Versailles)

De rol van de tempeliers in het Midden-Oosten leek uitgespeeld, alhoewel ze tijdens de derde kruistocht in 1291 nog een rol speelden in de verdediging van de havenplaats Akko. Ze vochten zij aan zij met Richard Leeuwenhart, die hier zeer erkentelijk voor was. 

De tempeliers waren de bankiers van de Middeleeuwen

Na de val van Jeruzalem in 1187 en de oorlogen die daar nog op volgden waren de tempeliers in het Midden-Oosten vrijwel uitgemoord. De tempeliers die over waren zouden een andere koers gaan varen. De tempeliers kregen steeds meer politieke macht.

De tempeliers werden door Leeuwenhart in bescherming genomen, ze hoefden geen belasting te betalen en in de loop van de jaren werden ze zo machtig dat zowel koningen als de paus zich tot hen wendden voor financieel advies en ondersteuning.

Middeleeuws Banksysteem

Grootgrondbezitters

De macht van de tempeliers is in zekere mate te vergelijken met de macht van de grote financiële instellingen in deze tijd. Men kon investeringen doen met geld dat bij hen in bewaring was gegeven en men kon rente heffen over het geld dat zij uitleenden. Ze hadden grote stukken land, waarvan zij de opbrengsten ontvingen en slechts een deel van het kapitaal werd gebruikt voor de financiering ten behoeve van de kruistochten.

Als eersten in Europa schreven zij pandbrieven uit en hun krediet was goed voor koningen en ridders die ter kruistocht wilden varen en manschappen en uitrusting nodig hadden.

Omdat de tempeliers de ambitie van de Franse koning Filips de Schone om een nieuwe kruistocht te organiseren niet wilden ondersteunen en zeker niet wilden financieren, keerde de koning zich tegen hen.

Wat meespeelde was dat de koning grote schulden bij de tempeliers had. Hij kon en wilde deze niet terugbetalen en verzon een list om van zijn schuld af te komen, waarbij hij zichzelf ook nog kon verrijken. Het beste plan dat hij kon bedenken was om de tempeliers in één klap uit te schakelen.

Vrijdag de dertiende was een ongeluksdag voor de tempeliers

Filips de Schone (Delpech)
Filips de Schone (Delpech)

Filips IV, bijgenaamd de Schone, was koning van 1285 tot 1314. Hij was een machtig vorst, maar had grote financiële problemen door zijn grote militaire uitgaven en zijn extravagante hofhouding.

Hij had de belastingen al een aantal keren verhoogd, de munt laten devalueren en hij eiste 24 maal dat de kerk 10% van haar inkomsten afstond. Hij arresteerde bankiers en liet hen weer vrij als er een aanzienlijk losgeld was betaald. In 1306 liet hij beslag leggen op alle Joodse bezittingen.

Op 13 oktober 1307 liet hij zijn soldaten tegelijkertijd een inval doen bij alle kastelen en landgoederen van de tempeliers. Hoe de voorbereiding voor deze actie geheim kon blijven is een raadsel. Achteraf moeten de tempeliers tamelijk naïef zijn geweest. Misschien dat zij door hun rijkdom en status het idee hadden onschendbaar te zijn. 

Of misschien waren ze wel goed voorbereid en hadden zij hun belangrijkste schatten in veiligheid gebracht.

Feit is dat in die ene nacht ongeveer 2000 tempeliers in Frankrijk gelijktijdig werden gearresteerd, gevangen gezet en gemarteld. En onder druk van de marteling kwamen de bekentenissen los.

Beschuldigingen tempeliers

De tempeliers werden beschuldigd van ketterij. Hieronder een aantal bekentenissen:

  • De tempeliers ontkenden het bestaan van Christus, Maria en de Heiligen 
  • De tempeliers zeiden dat Jezus een valse profeet was
  • Bij de initiatie van de tempeliers werd het kruis vertrapt en bespuugd
  • Men vereerde een hoofd, of een kat met drie hoofden of een duivel genaamd Baphomet
  • Men kuste elkaar op de mond, de navel en de billen; dit waren uitingen van homoseksualiteit
  • Tempeliers waren alleen geïnteresseerd in macht en geld
  • De tempeliers spanden samen met de Islamieten, ze waren landverraders en spionnen

Paus Clemens V bezweek onder de macht van Filips de Schone. Politiek gezien onderschreef hij dat de tempeliers teveel macht hadden verworven en hij wilde de orde hervormen. Maar hij zat echter in ballingschap in Avignon en was afhankelijk van de Franse koning.

Perkament van chinon

In 2007 heeft het Vaticaan een boek gepubliceerd met de documenten uit het proces. Het bekendste document staat bekend als het Perkament van Chinon. Daarin kan men lezen dat het bespugen van het kruis tijdens de initiatie van de tempeliers symbool stond voor de vernedering die de tempeliers moesten ondergaan als ze door de Saracenen gevangen genomen zouden worden. De ceremonie van het kussen stond symbool voor de totale overgave en gehoorzaamheid, die de nieuwe tempelier aan de orde was verschuldigd. In de documenten stond ook te lezen dat Clemens V de tempeliers op grond van deze verklaring niet wilde ontbinden, maar dat hij gedwongen werd om de orde op te heffen om de vrede met Frankrijk te handhaven en een schisma in de kerk te voorkomen.

Clemens V destructor Templi

De paus ontbond de orde in 1312. In de gevangenispoort in Domme hebben opgesloten tempeliers een afbeelding van Clemens V in de muur gekrast. Eronder staat te lezen: Clemens V destructor Templi , Clemens V heeft de tempeliers vernietigd.

De laatste grootmeester van de tempeliers, Jacques de Molay, werd ter dood veroordeeld en een Franse kroniekschrijver uit deze tijd beschrijft hoe hij levend werd verbrand. “God weet dat ik onschuldig ben.” riep hij uit voordat hij stierf. “Zeer binnenkort zal iedereen die ons valselijk heeft veroordeeld tot een einde komen. God zal ons wreken!”.

En inderdaad, binnen het jaar zouden zowel Clemens V en Filips IV overlijden.

Mysteries over de tempeliers op basis van een alternatieve interpretatie van de feiten

In de loop der tijd zijn de verhalen over de tempeliers geromantiseerd. Er zijn nieuwe ordes ontstaan die zich baseren op de orde van de tempeliers. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw verscheen het ene boek na het andere over de orde. Er werden verbanden gelegd tussen de tempeliers en de ark des verbonds, de graal en een heilige bloedlijn. Veel van deze boeken zijn alleen nog in het Engels of tweedehands te verkrijgen.

De tempeliers en de ark des verbonds

Ark des Verbonds (Tissot)
ark des verbonds (Tissot)

Graham Hancock stelt in zijn boek Het Teken, Het Zegel en de Wachters dat de tempelridders achter de verblijfplaats van de ark zijn gekomen. Deze zou zich niet in de tempelberg bevinden, maar was al in de tijd van koning Salomo in Ethiopië terecht gekomen. Volgens Hancock bevindt de ark zich daar nog steeds.

Laurence Gardner zegt dat de tempeliers de ark hebben gevonden en mee hebben genomen naar Europa. Volgens hem moet deze ergens verborgen liggen in Frankrijk, mogelijk in de kathedraal van Chartres.

Al deze schrijvers baseren zich op de volgende historische gegevens:

  • De tempeliers waren ondergebracht op de tempelberg
  • De opgravingen zouden plaatsgevonden hebben voordat Hugues de Payns naar Frankrijk ging
  • De interesse van de geestelijke Bernard de Clairvaux voor de tempeliers

De tempeliers als de beschermers van de graal

Sangreal

In de tijd van de tempeliers ontstonden de graalverhalen. Het eerste verhaal hierover was van Chretien Troyes. Het feit dat deze schrijver afkomstig was uit Troyes zou al bewijs genoeg zijn voor een verband (las ik in het boek van Graham Hancock) tussen de tempeliers en de graal. Feit was echter dat Chretien zijn verhaal nooit heeft kunnen afmaken. Het eind werd geschreven door Wolfram von Eschenbach, die de term templeisen introduceerde. De templeisen waren de bewakers van de graal. Het woord templeisen zou een verwijzing naar de tempelridders kunnen zijn.

De tempeliers beschermden een koninklijke bloedlijn

In 1982 kwam het boek Het heilige Bloed en de Heilige Graal uit. Dit boek introduceerde een nieuwe betekenis van de Heilige Graal. San Greal zou feitelijk Sang Real moeten zijn, Sang = bloed en Real = Koninklijk.

De heilige graal zou volgens deze schrijvers een verwijzing zijn naar een Koninklijke Bloedlijn; de bloedlijn van Jezus zelf. Later zou Dan Brown dit plot gebruiken in zijn bestseller De Da Vinci Code. 

In dit boek werd de priorij van Sion geïntroduceerd, een geheim genootschap dat een afsplitsing was van de tempeliers. De priorij had de taak om het heilige bloed te beschermen.

De schat van de tempeliers bestaat nog steeds

Binnen de vrijmetselarij zouden documenten circuleren waaruit blijkt dat een vloot met de schatten van de tempeliers een paar dagen voor de 13e oktober al uit de havenstad Rochelle was vertrokken. Deze vloot verdween spoorloos. 

Wat de schat precies inhield is onbekend, maar er zijn talloze mensen op zoek naar deze verloren schat. Mogelijk wordt dit verhaal gevoed door het feit dat Filips de Schone geen schat aantrof toen hij het onderkomen in Parijs liet onderzoeken. 

De tempeliers verborgen een schat op Oak Island

Diverse onderzoekers hebben de schat van de tempeliers in verband gebracht met het mysterie op Oak Island. Op dit eiland in Canada zou zich een put met een schat bevinden. In 1862 zou daar een steen gevonden zijn met het opschrift: “Twenty feet below, two million pounds lie buried”. Ondanks vele opgravingen is de schat nog niet gevonden omdat de put telkens volloopt met water.

Conclusie

De tempeliers zijn voortgekomen uit hetzelfde religieuze idealisme (fanatisme) waar ook de kruistochten uit voortkwamen.

Het idee van monniken-ridders was nieuw en werd in het begin zowel door de koningen als de kerk gewaardeerd. Na de val van Jeruzalem werden de inkomsten van de tempeliers meer politiek ingezet, waardoor niet alleen hun rijkdom toenam, maar ook hun wereldlijke macht.

De tempeliers spraken in de middeleeuwen al tot de verbeelding van de mensen en dit is eigenlijk nog steeds zo. Het ontrafelen van de mysteries van de tempeliers is daarom een boeiende bezigheid waar veel mensen zich mee bezighouden. 

De tempeliers
De tempeliers van Dan Jones

Plaats een reactie

copyright

Het is toegestaan de eigen gemaakte foto’s van deze website te gebruiken, mits je aan bronvermelding doet. 

Vind je mijn foto’s leuk? Dit is mijn toestel: 

Christine van der Pol

Profielfoto Christine van der Pol

Mijn naam is Christine van der Pol. Mysteries en reizen vind ik al meer dan een halve eeuw lang een geweldige combinatie. 

Cadeauwinkel

Recente artikelen

Kaart
Klik op de interactieve kaart voor meer bestemmingen
Booking.com
Miljoenen artikelen